ik ween over verlies van het leven

tranen van geluk gespaard voor sombere dagen

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Blue Mike

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | 1 reactie

Een jong saxofonist, Erik Bogaerts, heeft enkele dagen geleden tijdens een bezoek bij me thuis, mijn saxofoon bespeeld.
Het is iets wat in mijn professionele leven nooit mocht gebeuren. Buiten mezelf werd het instrument door niemand aangeraakt. Laat staan dat er iemand zou op spelen.
Muzikale opdrachten met hoge artistieke verantwoordelijkheid vereisen een zekerheid wat betreft de functionaliteit van het daarvoor te gebruiken instrument.
Een vreemde hand aan de saxofoon kon ik me daarbij niet veroorloven.
Nu dat mijn situatie veranderd is en het saxofoonspel uit de activiteit is verdwenen stond ik Erik toe het instrument te bespelen en heb me tijdens zijn kundige demonstratie met gespannen aandacht diepzinnig laten boeien.
Het was na decennia van trouw de afsluiting van een periode van intense samenleving tussen mezelf en die saxofoon.
Voor de goede moraal te waarborgen was klarinettist Jan Germis bij het overspel aanwezig.
.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Ik mis de veerk…

Ik mis de veerkrachtige stap van de dappere man. De vooruit geworpen blik. Steeds paraat voor de extase van het bestaan.
Nu ik het verouderde lichaam met al zijn gebreken naar de eindmeet sleep brengt de herinnering aan voorgaande levensjaren me soms in somber gepeins.
Waar is de tijd ….?
Ik ben wel, als ik de trap beklim, nog steeds volledig mens. Trede voor trede.
Ook als ik mijn biefstuk eet, mijn neus snuit, mijn sigaret rol, ben ik volledig mens.
Maar meer dan aanwezig zijn is het niet.
Het is mijn enige prestatie, aanwezig zijn.
Ik mis de veerkrachtige stap van de dappere man.

Aside | Geplaatst op door | 4 reacties

VIKTOREKE

Viktoreke was een vriendje van toen we nog, met korte broek en geschaafde knieën, elf of twaalf jaar oud waren.
Hij was een kind van “goede ouders”, had een eigen kamer met boeken en duur speelgoed, droeg steeds proper gestreken kleren en mocht niet op straat spelen. We woonden in de parallel lopende Van Lerius- en Jacob Jacobsstraten en de korte verbinding door de Terliststraat maakte dat ik soms bij Viktoreke ging spelen.
Vooral zijn “cinema” interesseerde me erg. Zwart, indrukwekkend mechanisch ding, met grote spoelen film en een zwengel in blinkend chroom, oversteeg het de meccano, microscoop of spannende Jules Verne’s. Zowel het geklak van het raderwerk als de beweging van het geprojecteerde beeld waren voor mij van even groot belang, ieder onderdeel van het toestel paste zich in mijn aandacht.
Viktoreke’s bewegingsvrijheid werd, door de ernstige ouders, strenger gereglementeerd dan de mijne. Mijn moeder was een levendige, lachende vrouw, die zong terwijl ze de afwas deed en de voordeur de hele dag op een kier liet. Mijn uren van straatvrijheid hadden meer zwevende afbakeningen en viel er een “vliegende bom” niet ver uit de buurt dan fladderden we er met een groepje kinderen naartoe om te kijken.
Viktoreke miste al die pret en waar voor hem de alarmsirenes passieve onderduiking in de schuilkelder betekende, betekende de monotoon loeiende vibrato van het bomalarm voor mij de aankondiging van een niet te missen evenement.
Moeder Chickey had het “in de schuilkelder vluchten” kordaat afgeschaft nadat gebleken was dat een V-1 juist op zo’n schuilende gemeenschap gevallen was en daar doden en gewonden veroorzaakt had welke ongedeerd hadden geleefd indien ze gezellig waren thuisgebleven.
Het schoolgaan werd na de bominslag op de school van de Durletstraat tijdelijk afgeschaft en de wildernis van het dichtgegroeide stadspark, vlakbij huis gelegen, met de vijver vol drijvend allerlei en de door de Duitsers verlaten bunkers bood ons een droom van een speelterrein. Samen met de leeggeplunderde jodenhuizen, de brandende gebouwen, het verse puin, de “tutterfrut” van de Amerikaanse soldaten, waren het voor ons, straatspelende kinderen, goede tijden. De afspraak was, door vele ouders met hun kinderen overeengekomen, bij bomalarm direct naar huis te komen. Hilda en Marcel, dochter en zoon van de bovenbuurvrouw, verbleven vaak bij ons en wilde het gebeuren dat het zwarte vliegtuigje met het sputterende staartvlammetje boven onze hoofden stilviel, vluchtten we met z’n allen, holderdebolder en proestend van het lachen, samen met moeder Chickey onder de keukentafel, waar we, met knotsende knieën op het balatum, in pseudogeborgenheid, de inslag van de bom afwachtten.
Hoe dichterbij de V-1 viel, hoe plezanter ik het vond.
Dagen later speelden we nog op de puinhopen en vonden er allerhande, voor ons waardevolle, voorwerpen welke we, in het cowboy-image, met hinkende looppas en klakkende tong als hoefgetrappel, in het stadspark gingen verstoppen.
Het cowboy-image was ontstaan na een film, vertoond tijdens de Duitse bezetting, waar Hans Albers in de rol van postkoetsovervaller, met zijn zwart pak en wit paard grote indruk op me gemaakt had. Echte cowboyfilms hadden we nog nooit gezien en toen, na de bevrijding, de film “Buffalo Bill” in ciné Rex op het programma kwam te staan, waren de verwachtingen hoog gespannen. Maar,…
Aangezien Hilda en Marcel’s moeder die dag geen geld genoeg had om haar kinderen naar de bioscoop te laten gaan, besliste mijn moeder, solidair, dat ik ook niet mocht en zulks bracht me, op die bewuste namiddag van de 16de december 1944, niet in ciné Rex zoals de rest van mijn speelkameraadjes maar verbleef ik in gezelschap van de kolonie witte muizen welke ik, in een verlaten huis aan de Terliststraat, in een daar achtergebleven aquarium tot zestien stuks had opgekweekt.
Daar was het ook dat de inslag van de V-2 tot me doorklonk toen hij om 15 uur de Rex trof en er de oorzaak van was dat vijf van mijn vertrouwde straatmakkers nooit meer kwamen opdagen. Het strafste vond ik nog dat Viktoreke er ook bij was.
Toen mijn moeder me bij het avondeten het treurige nieuws vertelde wou ik toch meer zekerheid en spoedde me naar zijn huis in de Jacob Jacobsstraat. Het raam op de eerste verdieping werd geopend en op mijn vraag of Viktoreke mocht komen spelen werd negatief geantwoord door zijn moeder die, haar gezicht bijna onherkenbaar gezwollen door verdriet en tranen, me met overslaande stem toeriep dat Viktoreke “nooit meer” zou komen spelen.
Op mijn vraag of ik zijn cinema dan niet mocht hebben werd niet meer geantwoord. Het raam was alweer dicht en mijn stem steeg ijl en machteloos langs de gesloten voorgevel omhoog.

(uit “saxofonistisch bekeken” )
(Mike Zinzen 1989)
Geplaatst in Uncategorized | Tags: | 1 reactie

de brooddoosPo…

de brooddoos

Posted on 1 september 2012

DE BROODDOOS

Plaats genomen op de sofa die, drie-zit breed, me in het midden van het gebloemd overtrek diep in zijn oude schoot liet verzakken volgde ik met geamuseerde aandacht het dartel gedrag van Roger en Staf, twee vrienden en collega’s in de versiering van het dagelijkse leven.
De situatie speelde zich af in de woning van mijn moeder Chickey, die aldaar, vrienden en kennissen, familie en verwanten, gul op boterhammen met toespijs, pain-perdu of chocolademelk met boterpistolets trakteerde.
Het was namiddag en de grote vierkante woonruimte baadde in zonlicht.
Met de rug naar het raam gekeerd, keek ik de kamer in waar op een robuuste keukentafel tegen de achterwand een groengelakte metalen broodtrommel op de linker achterhoek van het tafelblad stond. Een in vlindervorm geslepen spiegel was als wandversiering erboven opgehangen. Het geheel werd geflankeerd door openstaande deuren die toegang gaven tot de keuken links en de overloop, in spreektaal “den allee”, rechts. Vanuit de keuken was er eveneens een doorgang naar den allee wat mogelijkheid gaf de kamer te verlaten door de keukendeur om via de overloop terug binnen te komen.
Chick was niet thuis. Waarschijnlijk even naar de bakker om pistolets te halen, liet ze ons, mij, Staf en Roger, even alleen.
Rogerke was een speelse jonge bassist die goed gezelschap was zolang er plaats gelaten werd voor de nodige grappen, woordspelingen of verbaal gestoei. Ernstige zaken werden moeilijk met Roger bepraat. Een serieus gezicht bracht hem de ademhaling in de war en de angst ongepast in een lach te schieten vervormde daardoor zijn stemgeluid. Opwellingen van intern tumult als deze brachten hem ertoe gesprekken of omstandigheden van gewichtige aard schichtig te mijden.
Desondanks werden penibele situaties dikwijls besloten met een bijna onhoorbaar snikkend lachen, gedempt klinkend vanonder voorovergekruiste armen, het voorhoofd op de tafel schuddend in uitputtende onbedwingbare lachlust.
“Een zenuwachtig manneke” zei iemand me laatst.
En nu, decennia na zijn vroege overlijden, herinner ik me hem vanuit zijn schuif in de koelkamer van ‘t Sint Elisabeth’s mortuarium met ernstig gezicht dood te zijn.
Toen, in de fleurige woonkamer van Chick mijn moeder, met mij in die zetel tussen het roodbebloemd behang, het zonlicht stralend door slierten sigarettenrook, de brooddoos op tafel, toen leefde Rogerke nog volop.
Staf, tweede lid van het team participerend in het verloop der gebeurtenissen, was een academiestudent die zich dagelijks vanaf de linkeroever met spichtige arm en beenbewegingen op de fiets naar Antwerpen duwde. Zich meer thuis voelend tussen ons, muzikanten, dan tussen de kale muren van zijn saaie schildersklas, kwam hij meestal ‘s middags in de Wolstraat als een spin mijn trap opgekropen om samen met ons, Nicole, Paquinta en wie nog meer overbleef na nachtelijk vertier, op het dakterras te ontbijten.
Toen, die namiddag, waren we voor de koffie bij Chick beland en Staf, in vol jolijt en uitgelatenheid, verhief zich vanuit zijn wat schuchtere aard om fier en grootsprakerig op te scheppen over de invloed van zijn charme, welke hij beweerde vanuit zijn ego af te stralen, op het korps van “poezen” zoals hij die categorie van het schone geslacht hongerig noemde.
In overmoed het palet van zijn aura kleurend met tastbaar bewijsmateriaal, produceerde hij een fotootje uit overvolle jaszak met daarop een portret van de door hem begenadigde uitverkorene, ten voeten uit poserend in skipak.
Roger, niet zo ambitieus wat betrof amoureuze aangelegenheden, spartelde zich vanonder de dreigende ernst uit door hem schertsend de foto uit de hand te ritsen en deze, uitdagend lachend, de arm ver naar achter gestrekt, uit het bereik van Staf’s grijpende handen te houden.
Achteruit huppelend, gillend van de lach, verdween hij door de keukendeur, de foto als trofee tussen de vingers. Staf er achteraan. Gestommel van voeten op de overloop. Langs rechts kwam Rogerke terug binnengestormd, nam schuivend over het balatum zijn bocht rond de tafel, wou de keuken insnellen maar werd daarin gestopt door Staf die, in tegenovergestelde richting teruggelopen, grijnzend in het deurgat verscheen.
De jacht werd in omgekeerde richting verder gezet. Als Roger, met Staf achter zich aan langs de overloop verdween, was ik weer alleen in de kamer. Ik zat in mijn zetel, de linkervoet op de grond, het rechterbeen over het linker geslagen, mijn sigaret te roken.
Door de zwaaimaneuvers van de voorbijrennende spelemannen hadden deze de tafel, centraal passend tussen de twee deuren, een tiental centimeter naar rechts verschoven waardoor de rechterhoek van het tafelblad een stukje voorbij het deurgat uitstak.
Pijlsnel binnenrennende Roger stootte zijn heup met zulk een kracht tegen dit puntige uitsteeksel dat de tafel, door de schok voorovergesmakt, haast omgekanteld werd. Echter het kritieke punt bereikt, kwam ze traag, bijna in evenwicht, op de voorste poten te staan.
Wat gebeurde er intussen met de brooddoos?
Door de opwaartse slag van het tafelblad werd deze de kamer ingeworpen en bewoog zich in parabolische baan naar me toe. Onder de vliegende brooddoos stond de tafel op twee poten te aarzelen. Rechts naast de deur hield Rogerke, voorovergebogen, de hand op de zere heup gedrukt. Achter hem, in de deuropening, stond Staf in verstarde loophouding. Beiden volgden met verdwaasde blik de lancering van de groene trommel.
Tijdens de vlucht door de ruimte opende zich de brooddoos. Een dubbelgebakken gallettebrood kwam te voorschijn, verliet zijn behuizing en bewoog zich versneld in mijn richting.
Vanuit mijn houding vroeg het weinig beweging om het rechterbeen op te lichten en met platte schoenzool het naderend projectiel terug te trappen. De geopende brooddoos, nog steeds in baan naar me toe, kreeg het gebak terug in de schoot geknald. Het deksel sloot zich met een slag eroverheen.
De impact sloeg de combinatie weerom naar de tafel toe, welke ondertussen vanuit de twijfelsituatie de optie terugvallen had gekozen, en kreeg in de eindfase de brooddoos weer op het tafelblad gesmeten.
In overeenstemming met de wet op de omkeerbaarheid der dingen stond alles, met een klap, terug zoals het begonnen was.

(uit (“Saxofonistisch bekeken”)
(Mike Zinzen, Antwerpen, 1995)
Aside | Geplaatst op door | 1 reactie

de brooddoos

Video | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen