WESP

Het dier leek wel een apparaat. Poten en vleugels gespreid, zwierde het zich vanuit de drukke Wolstraat onder de tramdraden door, vloog langs het raam de kamer binnen, en daalde traag op mijn biefstuk neer. In een dikke laag saus gelegen, was dit een pracht van een stuk vlees. Goed bruin gebakken in een hete pan, gezwollen van het dierlijk sap en ruim met peper en zout bestrooid, zag het eruit alsof door niemand anders dan mezelf opgegeten te kunnen worden.

Er was brood bij. Grote sneden wit, dik beboterd brood, die het hete braadvocht snel opzuigen en kruidig in de mond enorm lekker smaken. Het glas verse thee, met twee lepels suiker geroerd, stond dampend bij mijn rechterhand, klaar om me het festijn tenvolle te laten genieten.

Mes en vork in de hand observeer ik, vanonder gefronste wenkbrauwen, de wesp die, zacht gonzend in volle kleurenpracht, zich gedroeg alsof ik er niet was. Ze zocht zich een plaats op mijn braadstuk zonder enige indicatie van alarm of zelfs voorzichtigheid. Zeker van zijn stuk, wat in letterlijke zin zal blijken, startte hij de onderneming als een deurwaarder zijn aanslag. Zonder verwijl hakte hij zich op mijn maaltijd vast en schuddend met het achterlijf sneed hij, ronddraaiend om zijn as, een cirkelvormige groef om zich heen. Het insekt verjagen kwam niet bij me op. Van wespen ben ik een beetje bang. Alhoewel een mooi dier om naar te kijken brengen ze me in een toestand van onbehagen indien ze te dicht bij me komen. De grenzen van het territoriale bestand worden scherp gesteld en de mogelijkheid van inbreuk daarop maakt me onwennig en laat me geen rust.

Geen schijn van betrokkenheid echter bij mijn tafelgenoot. Onverstoord, de rug gekromd, groef hij zich steeds dieper de greppel in en draaiend als een graafmachine sneed hij, met knippende scharen ver over de rand reikend, een eiland van biefstuk onder zich uit. Soms rukte hij met snorrende vleugels de vleesbrok heen en weer om op de hoogte te blijven over de vooruitgang in de onderneming en te bepalen op welke plaatsen er nog meer snijwerk vereist was. Met het puntige achterlijf amper uit de groef zichtbaar morrelde hij, met zijn klauwen diep onder hem, het centrum los. Weer terug in het midden van zijn buit begon hij gonzend aan de lift. Traag verhief zich de combinatie vanuit mijn steak de hoogte in.

Eerst leek het alsof de buit hem te zwaar was maar stijgend met zijn vracht, rakelings over de vensterbank heen, zeilde hij de straat in, liet zich door de wind meevoeren in de richting van het Concienceplein en verdween uit het zicht. Een kleine subsidie vanuit mijn mecenaat verleend aan het kosmische gebeuren waaraan ik zo verheugd ben deel te nemen.

.

uit”saxofonistisch bekeken” (mike zinzen 1995)

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op

  1. ysabje zegt:

    Wat een plezier. Dit belooft een heerlijke blog te worden!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s