VIKTOREKE

Viktoreke was een vriendje van toen we nog, met korte broek en geschaafde knieën, elf of twaalf jaar oud waren.
Hij was een kind van “goede ouders”, had een eigen kamer met boeken en duur speelgoed, droeg steeds proper gestreken kleren en mocht niet op straat spelen. We woonden in de parallel lopende Van Lerius- en Jacob Jacobsstraten en de korte verbinding door de Terliststraat maakte dat ik soms bij Viktoreke ging spelen.
Vooral zijn “cinema” interesseerde me erg. Zwart, indrukwekkend mechanisch ding, met grote spoelen film en een zwengel in blinkend chroom, oversteeg het de meccano, microscoop of spannende Jules Verne’s. Zowel het geklak van het raderwerk als de beweging van het geprojecteerde beeld waren voor mij van even groot belang, ieder onderdeel van het toestel paste zich in mijn aandacht.
Viktoreke’s bewegingsvrijheid werd, door de ernstige ouders, strenger gereglementeerd dan de mijne. Mijn moeder was een levendige, lachende vrouw, die zong terwijl ze de afwas deed en de voordeur de hele dag op een kier liet. Mijn uren van straatvrijheid hadden meer zwevende afbakeningen en viel er een “vliegende bom” niet ver uit de buurt dan fladderden we er met een groepje kinderen naartoe om te kijken.
Viktoreke miste al die pret en waar voor hem de alarmsirenes passieve onderduiking in de schuilkelder betekende, betekende de monotoon loeiende vibrato van het bomalarm voor mij de aankondiging van een niet te missen evenement.
Moeder Chickey had het “in de schuilkelder vluchten” kordaat afgeschaft nadat gebleken was dat een V-1 juist op zo’n schuilende gemeenschap gevallen was en daar doden en gewonden veroorzaakt had welke ongedeerd hadden geleefd indien ze gezellig waren thuisgebleven.
Het schoolgaan werd na de bominslag op de school van de Durletstraat tijdelijk afgeschaft en de wildernis van het dichtgegroeide stadspark, vlakbij huis gelegen, met de vijver vol drijvend allerlei en de door de Duitsers verlaten bunkers bood ons een droom van een speelterrein. Samen met de leeggeplunderde jodenhuizen, de brandende gebouwen, het verse puin, de “tutterfrut” van de Amerikaanse soldaten, waren het voor ons, straatspelende kinderen, goede tijden. De afspraak was, door vele ouders met hun kinderen overeengekomen, bij bomalarm direct naar huis te komen. Hilda en Marcel, dochter en zoon van de bovenbuurvrouw, verbleven vaak bij ons en wilde het gebeuren dat het zwarte vliegtuigje met het sputterende staartvlammetje boven onze hoofden stilviel, vluchtten we met z’n allen, holderdebolder en proestend van het lachen, samen met moeder Chickey onder de keukentafel, waar we, met knotsende knieën op het balatum, in pseudogeborgenheid, de inslag van de bom afwachtten.
Hoe dichterbij de V-1 viel, hoe plezanter ik het vond.
Dagen later speelden we nog op de puinhopen en vonden er allerhande, voor ons waardevolle, voorwerpen welke we, in het cowboy-image, met hinkende looppas en klakkende tong als hoefgetrappel, in het stadspark gingen verstoppen.
Het cowboy-image was ontstaan na een film, vertoond tijdens de Duitse bezetting, waar Hans Albers in de rol van postkoetsovervaller, met zijn zwart pak en wit paard grote indruk op me gemaakt had. Echte cowboyfilms hadden we nog nooit gezien en toen, na de bevrijding, de film “Buffalo Bill” in ciné Rex op het programma kwam te staan, waren de verwachtingen hoog gespannen. Maar,…
Aangezien Hilda en Marcel’s moeder die dag geen geld genoeg had om haar kinderen naar de bioscoop te laten gaan, besliste mijn moeder, solidair, dat ik ook niet mocht en zulks bracht me, op die bewuste namiddag van de 16de december 1944, niet in ciné Rex zoals de rest van mijn speelkameraadjes maar verbleef ik in gezelschap van de kolonie witte muizen welke ik, in een verlaten huis aan de Terliststraat, in een daar achtergebleven aquarium tot zestien stuks had opgekweekt.
Daar was het ook dat de inslag van de V-2 tot me doorklonk toen hij om 15 uur de Rex trof en er de oorzaak van was dat vijf van mijn vertrouwde straatmakkers nooit meer kwamen opdagen. Het strafste vond ik nog dat Viktoreke er ook bij was.
Toen mijn moeder me bij het avondeten het treurige nieuws vertelde wou ik toch meer zekerheid en spoedde me naar zijn huis in de Jacob Jacobsstraat. Het raam op de eerste verdieping werd geopend en op mijn vraag of Viktoreke mocht komen spelen werd negatief geantwoord door zijn moeder die, haar gezicht bijna onherkenbaar gezwollen door verdriet en tranen, me met overslaande stem toeriep dat Viktoreke “nooit meer” zou komen spelen.
Op mijn vraag of ik zijn cinema dan niet mocht hebben werd niet meer geantwoord. Het raam was alweer dicht en mijn stem steeg ijl en machteloos langs de gesloten voorgevel omhoog.

(uit “saxofonistisch bekeken” )
(Mike Zinzen 1989)
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op

  1. yanssensyan zegt:

    Goe bezig Mike, aan verhalen zal het je niet ontbreken heb ik de indruk….. JJ

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s